loading

Deze website maakt gebruik van Cookies

Hemelsoep

Geschreven door: Eric Alink

Ons hoofd is een zacht zoemende meterkast. Maar in de bovenkamer van sommigen klinkt geknetter. Hun bedrading wijkt af van de NEN 3840, de veiligheidsnorm voor hoogspannings- installaties. Met zo’n ongewone bedrading hoef je geen saai leven te vrezen. Wel heb je vaker kortsluiting. Als de zekeringen smelten, merk je dat. Je raakt boos, bang of verdrietig. Maar er kan ook fantasie vonken. Het is voorstelbaar dat Jeroen Bosch wat losse kabeltjes in zijn hoofd had.

Met de elektriciteitsvoorziening van het Stedelijk Voortgezet Speciaal Onderwijs [VSO] in Rosmalen is niets aan de hand. In het handvaardigheidslokaal brandt licht. Twaalf leerlingen kijken uit het raam. Het regent pijpenstelen. Maar als er eenbenige kabouters of jodelende frambozen uit de hemel zouden vallen, zou dat amper verbazen. Vandaag kan alles, want Bosch Reizend Rariteitenkabinet is op bezoek.

Midden in de klas staat een kolossale hutkoffer. Rechtstandig, op wielen. Illustrator Job van Gelder uit Den Bosch is er de maker van. Met zijn rariteitenkabinet bezoekt hij circa vijftien scholen in Den Bosch en omstreken. Aan de hand van curieuze voorwerpen maken Job en de kinderen een tijdreis naar de middeleeuwen. Ter geruststelling: het is een retourtje – een spontaan verdwenen Marktpand is voorlopig wel genoeg.

De kinderen, tussen twaalf en vijftien jaar, zitten in een halve stoeltjescirkel. Ze hebben een verstandelijke beperking, gedragsproblemen of een psychiatrische stoornis. Maar in de wiebelwereld van Bosch is iedereen welkom. Met of zonder NEN 3840-gekeurd meterkastje.

Job begint met een spoedcursusje Bosch. Levensgrote kopieën van de Tuin der Lusten en De Hooiwagen ontlokken oh en ah. Lotte verbaast zich over de blootloperij van Adam en Eva. Ontbrak een H&M in het paradijs? In de ogen van Jeppe gloeit vooral dierenwinkelverlangen: gaaf, zo’n vis die kan vliegen! Ook Hamza, die alles opdeelt in goed en kwaad, nadert extase. „Slechterikken!’’, roept hij opgewonden. Zijn vinger wijst naar het purgatorium van Bosch.

Na de stoomcursus volgt het verhaal ‘Hemelsoep.’ Het beschrijft de dag waarop Jeroen Bosch een bord magische soep leeg lepelt. De schilder krimpt, klimt op een kwast en vliegt het raam uit. Missie: nieuwe kleuren voor zijn onvoltooide drieluik zoeken. Onderweg ontmoet Jeroen een pestdokter met een snavelmasker en een broedende regenboogvogel op de Sint-Jan. Ook bezoekt hij een nachtfabriekje, waar het zwartste zwart wordt gemaakt. Er werken slechterikken, vermoedt Hamza.

Tot de objecten waarmee Job zijn vertelling ondersteunt, behoort een pot met versteende keutels, vruchtenpitten en scherven. Authentiek materiaal uit een beerput. Maar de meeste indruk maakt de Bossche bolkraai. Het opgezette exemplaar is zwart en zwaarlijvig. Half echt, half verzonnen: om de obese vogel te kunnen knutselen, heeft de preparateur twee kraaien uit de vriezer moeten halen – een poëtisch detail dat Job in zijn uitleg achterwege laat. De snavel is huisvlijt van de verteller.

Na zijn verhaal volgt een opdracht: teken een fantasiedier dat aan het bestiarium van Bosch ontsnapt zou kunnen zijn. Merel tekent een blauwe vlieg met bokshandschoenen, Chantal verrijkt de natuur met het pinguïnvarken. Hamza, die in zwartwit een gevleugelde kikkervisolifant tekent – een goeierik – schurkt in zijn fantasie het sterkst tegen Bosch aan. Hij krijgt een high five van zijn klasgenoten.

Na de zoemer blikt juf Susanne van Griensven blij verrast terug. Maar liefst anderhalf uur bracht haar groep aandacht op voor Bosch. Zijn dit kinderen met ADHD, OCD of PDD-NOS? Kunst verandert diagnoses in lettervermicelli. Vandaag losten ze op in de hemelsoep van Job.

______________________

Publicatie Brabants Dagblad: 16 maart 2016