loading

Deze website maakt gebruik van Cookies

Opdrachtgevers van Jheronimus

  • image by WebDog

Johannes de Doper en Johannes op Patmos
In 1475 was er overleg tussen de beroemde beeldsnijder Adriaen van Wesel en Anthonius van Aken “en zijn zonen” over een nieuw te maken altaarretabel voor de kapel van de Lieve Vrouwe Broederschap in de Sint-Jan. Twee jaar later had Van Wesel het snijwerk af. In 1488-1489 beschilderde Jheronimus de luiken die het retabel afsloten. Als onderwerp werd gekozen voor de heiligen Johannes de Doper en Johannes Evangelist, die beide als patroon van de kerk werden vereerd.
Recent onderzoek heeft uitgewezen dat onder de enorme distel naast Johannes de Doper een geknielde man was geschilderd. Naar alle waarschijnlijkheid was dit de toenmalige proost (voorzitter) van de Broederschap: Jan van Vladeracken.

Aanbidding der Koningen
Op de zijluiken van het drieluik Aanbidding der Koningen zijn de opdrachtgever en diens vrouw afgebeeld met hun respectievelijke wapens en naamheiligen. Dit wapen en het devies ‘Een voer al’ dat geschreven staat bij de man op het linkerluik stelt ons in staat om hem te identificeren als Peeter Scheyfve, een succesvolle lakenkoopman uit Antwerpen. Scheyfve is vier keer getrouwd geweest. De heilige Agnes uiterst rechts geeft aan dat de tweede echtgenote Agnes de Gramme hier is afgebeeld. Deze identificatie maakt het ook mogelijk het schilderij te dateren. Scheyfve’s eerste vrouw overleed in 1491 en Agnes de Gramme overleed uiterlijk in 1498. Op grond van dit gegeven kunnen we concluderen dat het schilderij tussen 1491 en 1498 moet zijn gemaakt.

In oudere literatuur wordt beweerd dat de ter linker- en rechterzijde voorkomende familiewapens toebehoren aan de families Van Bronckhorst en Van Bosschuysen. Immers, zoals valt op te maken uit een archiefstuk, werd in 1567 een drieluik geconfisqueerd door de hertog van Alva: ‘ung tableau des Trois Rois faict par Jeronimus Bossche, sevrant à deux huys ayans par dehors les armes de Bronckhorst et Bosschuyse’. Maar die wapens komen niet overeen met die van de hier genoemde families. Bovendien stonden de wapens van de families Van Bronckhorst en Van Bosschuyse op de achterkant (‘par dehors’) van het drieluik, terwijl ze op het Prado-drieluik aan de binnenkant te zien zijn. Ongetwijfeld gaat het hier dus om een verloren gegaan drieluik met een overeenkomstige voorstelling.

Tuin der Lusten
Op 30 juli 1517 ziet een reiziger in het paleis van de familie Van Nassau het drieluik Tuin der Lusten. Zeer waarschijnlijk heeft een lid van de familie Van Nassau het werk besteld bij Bosch. Hiervoor komen in aanmerking Engelbrecht II van Nassau, die overleed in 1504, of zijn opvolger Hendrik III van Nassau. Engelbrecht II was een vertrouweling van hertog Philips de Schone, een groot bewonderaar van Bosch. Beiden waren aanwezig in 1481 tijdens het 14e Kapittel van de Orde van het Gulden Vlies gehouden in de Sint-Jan in 's-Hertogenbosch. Graaf Hendrik III was vanaf 1513 in die stad aanwezig als legeraanvoerder in de strijd met de Geldersen.
Andere opdrachtgevers
In 1504 bestelde hertog Philips de Schone een groot Laatste Oordeel bij Bosch. De opgegeven afmetingen negen bij elf voet (± 249 x 304 cm.) komen niet overeen met de overgebleven drieluiken van Bosch.

In een museum in Boston wordt een Ecce Homo in de stijl van Bosch bewaard. De opdrachtgever ervan was Pieter van Os, gezworen broeder en stadssecretaris. Hoewel het schilderij niet als origineel wordt beschouwd, is het wel mogelijk dat het in het atelier van Bosch is vervaardigd.

Er zijn, al dan niet overschilderde, opdrachtgevers te zien op het drieluik van de Gekruisigde Martelares, op een Calvarie met schenker en de Ecce Homo. Geen van hen is tot dusverre geïdentificeerd.